oktober 2026

mei 2026

december 2025

juli 2025

december 2024

oktober 2024

juli 2024

april 2024

december 2023

oktober 2023

Juli 2023

april 2023

december 2022

oktober 2022

juli 2022

april 2022

december 2021

oktober 2021

juli 2021

April 2021

December 2020

Juni 2020

Maart 2020

Leestijd 5 minuten

Ter Apel: wat je ziet als je er bent 

Een grasveld, tenten en mensen die wachten. Dat is wat je op afstand ziet van de hulpverlening in Ter Apel. Maar als je ter plekke bent, ervaar je pas echt wat er speelt. Zes Rode Kruisers vertellen wat zij meemaken en hoe de hulp steeds moet meebewegen. Soms leidt het zelfs tot het besluit dat de hulpverlening op deze manier niet langer kan doorgaan. Ook dat is verantwoordelijkheid nemen.  

Het begint in mei op het voorterrein van het aanmeldcentrum in Ter Apel. Mensen die net in Nederland zijn aangekomen, kunnen niet allemaal direct terecht in de reguliere opvang. Er is sprake van gecontroleerde toegang. Het Rode Kruis schaalt binnen 48 uur op. Wat begint als acute hulp op het grasveld, groeit uit tot een langdurige inzet. Op 1 oktober zijn we 135 dagen actief en hebben we zo’n 2.100 mensen geholpen. En de teller tikt nog door. 

Achter deze cijfers schuilen vele verhalen. Over mensen die na een lange reis opnieuw moeten wachten en niet weten wat hun volgende stap is. Over Rode Kruisers die proberen rust te brengen, terwijl de omstandigheden voortdurend veranderen. En over de keuzes die nodig zijn om hulp menswaardig én veilig te houden. 

Maartje, Margriet, Celine, Lotte, Jeroen en Geertje

Weer grip krijgen 

Hoe groot de onzekerheid voor mensen kan zijn, ervaart Maartje Janssen Loomans, manager van Team Opvang, van dichtbij. “Goede opvang gaat om veel meer dan een dak en een bed. Het betreft ook veiligheid, aandacht en menswaardigheid.” 

In Ter Apel ziet ze mensen aankomen met papieren die ze niet begrijpen, in een taal die ze nauwelijks spreken. Wat haar keer op keer raakt, is de moedeloosheid. Maartje vertelt: “Mensen hebben een lange reis achter de rug en hopen op veiligheid, maar weten niet wat er nu gaat gebeuren. Het Rode Kruis kan die onzekerheid niet wegnemen. Een hulpverlener kan wel naast iemand gaan staan, uitleggen wat hij of zij wél weet en iemand in contact brengen met de juiste organisatie.” Maartje ziet wat zoiets kleins kan doen. “Iemand die eerst in paniek is, gaat zitten en wordt zichtbaar rustiger. Even is er weer wat houvast.” 

De omstandigheden op het voorterrein worden in de zomer van 2026 steeds moeilijker. De veiligheid van Rode Kruisers komt onder druk te staan en ook de situatie voor de mensen die er verblijven is niet menswaardig genoeg. Uiteindelijk neemt het Rode Kruis daarom op 10 juli een ingrijpend besluit: zo kan de hulpverlening niet langer doorgaan. 

Dat is geen gemakkelijke keuze. Er zijn nog altijd mensen die hulp nodig hebben. Toch trekt het Rode Kruis een duidelijke grens vanuit de overtuiging dat hulpverlening alleen verantwoord kan plaatsvinden als die veilig en menswaardig is. 

De keuze om tijdelijk de hulpverlening stop te zetten, blijkt achteraf een belangrijk kantelpunt. Een paar dagen later komt er een extra gebouw van de overheid beschikbaar voor dagopvang. Mensen kunnen daar overdag beschutting vinden en hun bagage veilig achterlaten. De hulpverlening houdt dus niet op, maar krijgt een andere vorm. 

Het laat zien dat vasthouden aan humanitaire principes soms ook betekent dat je moet durven zeggen: op deze manier kunnen en willen we niet verder. 

Maartje Janssen Loomans:

“Je ziet de paniek in hun ogen. Dan kun je in ieder geval zeggen: ik ga iemand zoeken die je verder kan helpen” 

Als een grens wordt bereikt 

Margriet Wolters, regiomanager Noord-Nederland, ziet van dichtbij hoe de omstandigheden op het voorterrein steeds verder onder druk komen te staan. Wanneer Rode Kruisers aangeven dat ze hun werk niet langer zonder beveiliging kunnen doen, weet ze dat er een grens is bereikt. “Toen dacht ik echt: waar zijn we in beland?” 

Ook andere momenten blijven haar bij. “Tijdens een werkbezoek van minister-president Rob Jetten leidde ik hem rond over het terrein. Het was een bloedhete dag. Er was geen stromend water en bij de toiletten konden mensen hun handen niet wassen. Ik zag de verbazing op zijn gezicht. Je kunt vertellen hoe de situatie is, maar pas als je er zelf staat, komt het echt binnen. Je moet de wanhoop zien, het ongemak ruiken en de situatie aanschouwen. Pas als je daar staat, voel je hoe intens het is.” 

Dat geldt ook voor de omstandigheden waaronder de hulpverlening plaatsvindt. Tijdens extreme hitte met code oranje, maar ook bij zwaar onweer en bliksem, moeten teams steeds opnieuw kijken wat veilig en mogelijk is. Plannen worden aangepast en werkzaamheden anders georganiseerd. Het vraagt veel flexibiliteit, creativiteit en daadkracht. 

Tegelijkertijd ziet Margriet wat de aanwezigheid van Rode Kruisers voor de mensen kan betekenen. “Na een lange en moeilijke reis komen ze in Ter Apel opnieuw in onzekerheid terecht. Alleen al de herkenbare Rode Kruis-kleding doet dan iets. Het lost hun situatie niet op, maar lijkt mensen wel rust en vertrouwen te geven. Er is iemand die naar hen omkijkt.” 

Margriet Wolters:

“De wanhoop, het ongemak, pas als je daar staat, voel je hoe intens het is”

Steeds zoeken naar hoe het beter kan 

Voor Celine Buning, projectleider opvang, betekent die voortdurend veranderende situatie vooral veel regelen. Waar kunnen mensen vannacht slapen? Hoeveel bedden passen er? Is er voldoende sanitair? Wie maakt er schoon? Hoe komt iedereen op de locatie en hoe zorg je ervoor dat alles de volgende ochtend weer klaarstaat? 

Samen met een collega werkt ze tijdens de inzet aan zeventien verschillende nachtopvanglocaties. Soms wordt een locatie ’s ochtends afgebouwd en staat dezelfde inventaris die middag alweer ergens anders. 

Celine is gewend praktisch te denken. Juist daarom raakt een beeld op het voorterrein haar. “Op een koude dag zie ik een man gehurkt bij een hek zijn maaltijd eten. Geen tafel, geen stoel. Op zo’n moment worden de praktische uitdagingen ineens heel menselijk. Dit kan toch beter? Die vraag blijft op de achtergrond meespelen bij alles wat ik regel en zoek ik hoe we het anders kunnen organiseren.” 

Celine Buning:

“Dit kan toch beter? Dan blijf ik zoeken hoe we het anders kunnen organiseren”

Inzet wordt van iedereen

Al snel blijkt dat de regio de langdurige inzet niet alleen kan dragen. Er zijn te weinig vrijwilligers om weken achter elkaar alle diensten te vervullen. Lotte Maathuis, coördinator Operatie Opvang, maakt daarom samen met collega’s een plan om mensen uit de hele Rode Kruis-organisatie te betrekken. 

En die mensen komen. Vrijwilligers en beroepskrachten reizen vanuit verschillende delen van het land naar het noorden. Sommigen hebben veel ervaring met opvang, anderen werken normaal op een heel ander terrein binnen het Rode Kruis.  

Ook achter de schermen wordt volop meegewerkt. Collega’s zorgen onder meer voor de centrale regie en operationele afstemming. Ze onderhouden contacten met samenwerkingspartners, plannen diensten en bereiden inzetten van vrijwilligers voor. Daarnaast regelen zij de vele praktische en ondersteunende zaken die nodig zijn om de operatie draaiende te houden. 

Juist dat blijft Lotte bij. “Een hulpvraag die in één regio begint, wordt binnen korte tijd iets waar de hele organisatie aan bijdraagt. Voor elkaar klaarstaan gaat daarmee niet alleen over de mensen die hulp krijgen. Het gaat ook om Rode Kruisers die elkaar aanvullen als een team of regio het niet meer alleen redt.” 

Lotte Maathuis:

“Een hulpvraag die in één regio begint, wordt binnen korte tijd iets waar de hele organisatie aan bijdraagt”

Onzichtbaar werk  

Voor deze inzet zijn ook heel veel materialen nodig. Dat is het werk van Jeroen Illing, vrijwillige regiocoördinator logistiek Noord-Nederland. Vooral in de eerste anderhalve week in mei is hij bijna dagelijks in Ter Apel. Vaak gaat hij rechtstreeks vanuit zijn gewone werk door: snel iets eten en daarna weer de auto in om materialen te brengen of te helpen bij het opbouwen. 

“Dat zijn lange dagen,” blikt Jeroen nuchter terug. “Wat vooral indruk maakt, is de vanzelfsprekendheid waarmee de vrijwilligers klaarstaan. Als er ergens materiaal nodig is, hoef ik maar te bellen. Het tijdstip lijkt er nauwelijks toe te doen.” 

En juist daar zit volgens Jeroen iets wat gemakkelijk buiten beeld blijft. Hij kan van alles organiseren, maar uiteindelijk moeten mensen spullen verzamelen, inpakken, laden en vervoeren. Zonder hen gebeurt er niets. 

Jeroen Illing:

“Als er ergens materialen nodig zijn, hoef ik maar te bellen”

Wat aandacht kan doen  

Voor vrijwilliger Greetje Pot ziet een inzet er heel anders uit. Zij deelt eten en water uit, controleert of voorzieningen schoon zijn, telt hoeveel mensen er zijn en loopt over het terrein. Maar minstens zo belangrijk zijn de gesprekjes tussendoor. 

“Ik herinner me een jonge man uit Egypte van begin twintig,” zegt Greetje. “Hij was alleen en zichtbaar aangeslagen. Hij had geen idee wat hem te wachten stond en vroeg zich af waar hij terecht was gekomen. Die vragen kon ik niet beantwoorden. Wel kan ik in zo’n geval even bij hem staan, praten over gewone dingen, luisteren, zonder iets te beloven. Aan het einde van die dienst zag ik hem opnieuw. Weer maakten we even een praatje, toen verscheen er een glimlach op zijn gezicht. Daar doe je het voor.” 

Greetje Pot:

“Toen ik hem aan het einde van mijn dienst weer sprak, verscheen er een glimlach op zijn gezicht. Daar doe je het voor”

Wat je pas van dichtbij ziet 

Wat je pas ter plekke ontdekt, is hoeveel afwegingen er achter zo’n inzet schuilgaan. Hoe vaak plannen moeten worden aangepast en hoeveel werk er buiten beeld gebeurt. Het is zo belangrijk dat mensen op locatie en achter de schermen elkaar steeds weer weten te vinden.  

De inzet in Ter Apel laat ook zien dat verantwoordelijkheid nemen soms betekent dat je een grens trekt. Zoals op het voorterrein, waar het Rode Kruis besloot dat hulpverlening onder de bestaande omstandigheden niet langer verantwoord was. Een moeilijke keuze, ingegeven vanuit de veiligheid van de eigen mensen en de menswaardigheid van degenen die hulp nodig hadden. Uiteindelijk droeg dit bij aan betere omstandigheden voor de mensen die daar verbleven.   

Voor elkaar klaarstaan betekent dus niet dat je koste wat het kost blijft doen wat je al deed. Maar dat je samen beoordeelt wat op dat moment menswaardig, veilig, verantwoord en nodig is.