oktober 2026

mei 2026

december 2025

juli 2025

december 2024

oktober 2024

juli 2024

april 2024

december 2023

oktober 2023

Juli 2023

april 2023

december 2022

oktober 2022

juli 2022

april 2022

december 2021

oktober 2021

juli 2021

April 2021

December 2020

Juni 2020

Maart 2020

Leestijd 5 minuten

Vijf jaar na het hoogwater in Limburg: wat hebben we geleerd?

Vijf jaar geleden veranderden plotselinge overstromingen delen van Limburg in een rampgebied. Terwijl het water razendsnel steeg, kwamen Rode Kruisers in actie. Ze evacueerden bewoners, richtten opvanglocaties in en regelden wat ter plekke nodig was. 

Wat ging goed tijdens deze operatie, en wat kon beter? Hoe gebruiken we de kennis en ervaring van toen om ons voor te bereiden op een volgende crisis? We praten erover met vrijwilligers Jack Heijnen en Stefan Kisters, teamleider regio Limburg Rob Dubbelman en projectleider van de pilot ‘Samen Sterker in Limburg’ Anne van de Langenberg.


Van herhalingsles naar noodhulp 

Op de avond dat het water Valkenburg in 2021 plotseling overspoelde, zaten Jack en Stefan samen een herhalingsles voor te bereiden. Toen ging de pieper van het Noodhulpteam. Ze stapten direct in de auto en reden richting het getroffen gebied.“Bij eerdere overstromingen van de Maas zag je het water aankomen,” vertelt Jack, “maar dit kwam voor mij onverwacht. Het water steeg met zo’n enorme snelheid dat het bijna als een golf op je afkwam.” 

Hun eerste opdracht was helpen bij de evacuatie van een verzorgingshuis. Maar zelfs de hulpverleners hadden moeite om hun bestemming te bereiken. “Wegen stonden onder water en de situatie veranderde voortdurend”, vertelt Stefan. “Bij de bowlingbaan in Valkenburg, waar we eerst naartoe werden gestuurd, bleek het al snel niet meer veilig.”

Uiteindelijk reden ze door naar een opvanglocatie in Heerlen. Onder een afdak, terwijl de regen met bakken uit de hemel kwam, begonnen ze met het opvangen van geëvacueerde bewoners. “We keken vooral: waar kunnen mensen naartoe en welke hulp hebben ze nodig?”, vertelt Stefan. Zo kwam de hulpverlening letterlijk onder een afdakje op gang.

Jack Heijnen:

“Het water kwam razendsnel op ons af. Dat verraste zelfs mij en was echt anders dan wat ik kende van de Maas”

Je doet wat op dat moment nodig is

Op de opvanglocatie ontstond al snel structuur. “We kennen elkaar goed, dus de hulp kwam vrij snel op gang”, vertelt Jack. Stefan vult aan: “Daar kwam al snel de kracht van de vrijwilligers naar boven.”

Iedereen deed wat op dat moment nodig was. Vrijwilligers met een zorgachtergrond hielpen bewoners vanuit bedden en rolstoelen. Anderen regelden tafels en kopjes, zetten koffie of maakten een geruststellend praatje met mensen die halsoverkop hun vertrouwde omgeving hadden moeten verlaten. Als het echt misgaat, heb je al die verschillende mensen en kwaliteiten nodig, vertelt Stefan. Daarbij helpt het enorm als vrijwilligers elkaar en hun omgeving goed kennen. De lijnen zijn dan kort en je weet sneller wie en wat er nodig is.

Eén gebeurtenis van die dag bleef Stefan in het bijzonder bij. Een bewoonster in haar laatste levensfase moest vanwege het stijgende water worden geëvacueerd uit het hospice. Zij overleed onderweg, zonder dat haar familie bij haar kon zijn. “Dat doet iets met je als mens”, vertelt hij. “Vooral voor haar naasten is dat ingrijpend. Ook in mijn dagelijks werk als verpleegkundige krijg ik te maken met schrijnende situaties. Maar dit vond ik wel erg naar. Dat gun je niemand.”

Stefan Kisters:

“Als het echt fout gaat, heb je alle handen nodig. Dan zijn korte lijnen en het kennen van je omgeving ontzettend waardevol” 

Communicatie, communicatie, communicatie

Terwijl Jack, Stefan en andere vrijwilligers ter plaatse hielpen, werkte regioteamleider Rob Dubbelman vanuit het crisisteam aan de coördinatie van de inzet. “Om half zes ’s morgens kreeg ik het telefoontje dat er mogelijk moest worden opgeschaald. Vanaf dat moment ging het om overzicht creëren. Welke hulpvragen zijn er, hoeveel mensen en materialen zijn beschikbaar en waar zijn die het hardst nodig?”

Juist dat overzicht bleek lastig te krijgen. Op verschillende plaatsen werden goede, praktische beslissingen genomen en waren verschillende hulpdiensten tegelijkertijd aan het werk. Maar informatie werd niet altijd snel genoeg gedeeld of teruggekoppeld. Daardoor was het lastig om te bepalen waar de nood het hoogst was en wat voorrang moest krijgen. De aansluiting met de Veiligheidsregio kostte destijds bovendien tijd.

Ook bij de aflossing ontstonden uitdagingen. Er kwamen vrijwilligers uit andere delen van het land helpen, terwijl er in Limburg zelf ook mensen beschikbaar waren die het gebied en de lokale werkwijze goed kenden. “Die lokale kennis werd niet altijd optimaal benut”, vertelt Rob. “Een gemiste kans, maar ook een belangrijke les.”

Vijf jaar later is er volgens Rob veel veranderd. “Crisisteams zijn beter ingericht, mensen worden meer op dezelfde manier getraind en de verbinding met andere hulpdiensten krijgt al vóór een ramp of crisis aandacht. Wanneer elke seconde telt, mag het niet lang duren om overzicht te creëren en aansluiting te vinden. Dat pakken we nu anders aan.”

Rob Dubbelman:

“Het belangrijkste leerpunt? Communicatie, communicatie, communicatie”

Lokale kennis die niet in een draaiboek staat

Ook lokale kennis verdient volgens Rob een vaste plek in de voorbereiding. Soms gaat het daarbij om heel eenvoudige signalen. Jack noemt een tekenend voorbeeld: “Wanneer de veerpont over de Maas stilvalt, is dat voor mij al een vroeg waarschuwingssignaal. Dan is er iets aan de hand en moeten we ons voorbereiden.”

Precies dat soort kennis staat lang niet altijd in een draaiboek. Rob: “Maar het kan er wel voor zorgen dat je eerder in actie komt.” Het laat zien waarom de ervaring van lokale vrijwilligers zo belangrijk is: zij kennen niet alleen het gebied, maar ook de mensen, organisaties en netwerken eromheen.

Die kennis krijgt nu onder andere een plek in de pilot Samen Sterker regio Limburg. Daarin werkt het Rode Kruis op verschillende manieren aan een betere voorbereiding op noodsituaties. Samen met collega’s van Crisisbeheersing en Internationale Hulp wordt bijvoorbeeld de internationaal gebruikte Preparedness for Effective Response-methode (PER) toegepast om de paraatheid in Limburg in kaart te brengen.

Aan de hand van een overstromingsscenario wordt een praktisch voorbereidingsplan gemaakt. De kennis en ervaring van vrijwilligers spelen daarin een belangrijke rol. Het idee is dat zo’n aanpak uiteindelijk ook bruikbaar kan zijn voor andere soorten crises.


Krachten bundelen

Samen Sterker gaat verder dan de voorbereiding van het Rode Kruis zelf. In de pilot wordt ook gekeken naar wat inwoners en gemeenschappen zelf kunnen doen en hoe organisaties elkaar kunnen versterken.

Zo werkt het Rode Kruis onder andere samen met het Wereld Natuurfonds (WWF). Het Rode Kruis brengt samen met inwoners kwetsbaarheden, risico’s én aanwezige kennis en mogelijkheden binnen gemeenschappen in kaart. Het WWF voegt daar expertise over natuurlijke oplossingen aan toe: maatregelen die kunnen helpen de gevolgen van hoogwater te beperken. Dat kan iets kleins zijn als tegels verwijderen om water beter weg te laten lopen, maar ook gaan over de inrichting van grotere gebieden waar water kan worden opgevangen.

“We hoeven niet overal zelf de expert in te zijn”, zegt Anne. “Juist door onze krachten te bundelen met vrijwilligers, lokale partners, gemeenten en inwoners komen we verder.” Dat is volgens haar precies de gedachte achter Samen Sterker.

Ook kijkt het Rode Kruis in de pilot naar noodsteunpunten en wordt een zogeheten kwetsbaarheids- en capaciteitsbeoordeling (eVCA) gedaan. Samen met inwoners wordt gekeken naar de risico’s in hun omgeving en naar wat zij zelf kunnen doen. Wat betekent hoogwater voor mijn woning? Waar vind ik betrouwbare informatie als de stroom uitvalt? Wie in mijn buurt heeft hulp nodig? En wie kan juist iets voor een ander betekenen?

Anne van de Langenberg:

“We hebben ervaringen uit de lokale praktijk nodig om de werkelijke knelpunten en oplossingen te zien”

Grote begrippen klein maken

Het doel van de pilot is onder andere om grote begrippen als weerbaarheid en zelf- en samenredzaamheid heel praktisch te maken. Want uiteindelijk gaat het niet om begrippen op papier, maar om weten wat je kunt doen wanneer er daadwerkelijk iets gebeurt.

“Lokale vrijwilligers zoals Jack en Stefan kennen hun omgeving, beschikken over een waardevol netwerk en weten welke oplossingen in de praktijk werken”, vertelt Rob.
Anne beaamt dat: “We hebben ervaringen uit de lokale praktijk nodig om de werkelijke knelpunten en oplossingen te zien. Zo weten we beter wat mensen zelf en samen al kunnen oppakken en wanneer hulp van organisaties zoals het Rode Kruis nodig is.”

Daarbij gaat het nadrukkelijk om samenwerking. Met het WWF, inwoners en gemeenschappen, maatschappelijke partners, Veiligheidsregio’s, gemeenten én onze eigen hulpverleners. “Als het moet, staan we allemaal heel snel klaar”, zegt Anne. “Maar als we vooraf al goed weten wat we aan elkaar hebben en op elkaar kunnen bouwen, staan we nog sterker.”


Samen staan we sterker

Volledig voorbereid zijn op iedere mogelijke crisis kan niet. “Maar door scenario’s te oefenen, ervaringen te delen en lokale kwaliteiten beter te benutten, zijn we wél steeds beter voorbereid”, zegt Rob.

Voor Jack en Stefan zit daar misschien wel de belangrijkste les van vijf jaar geleden. In een crisis heb je niet alleen protocollen, materialen en getrainde noodhulpverleners nodig. Je hebt mensen nodig die weten wat er in hun omgeving speelt, elkaar kennen en bereid zijn te doen wat op dat moment nodig is.

Stefan twijfelt er niet aan dat die bereidheid er is. “We hebben veel vrijwilligers met veel kwaliteiten in huis. Ik weet zeker dat we er bij een volgende crisis ook weer staan. Maar een goede voorbereiding en samenwerking helpen natuurlijk zeker.”